Waarom bevatten oude kaarten zoveel fouten
Een oude kaart liegt zelden per ongeluk
Bij het nakijken van een achttiende-eeuwse kaart van Brussel valt vaak eerst op wat er níét staat. Een weg ontbreekt, een gehucht lijkt verplaatst, of een rivier maakt een bocht die op het terrein toch merkwaardig recht blijkt te zijn. Dat is niet noodzakelijk een fout van de landmeter. Soms is het een kwestie van schaal, soms van opdracht, en soms gewoon van een graveur die een ouder voorbeeld heeft overgenomen zonder de afwijking nog te controleren.
De eerbiedwaardige kopie In mijn vak is vooral die laatste categorie vermakelijk. Een vergissing die eenmaal in koper is gegraveerd, krijgt een zekere autoriteit. Een volgende uitgever kopieert de vorm, een derde kopieert de tweede, en na enkele decennia lijkt de fout een geografisch feit te zijn geworden. Zo kunnen een verkeerde rivierbocht of een overdreven eilandje langer overleven dan sommige regeringen.
Brussel op papier Bij kaarten van de Zuidelijke Nederlanden speelt bovendien de bedoeling van de kaart mee. Een kaart voor militaire planning toont andere details dan een kaart voor postroutes of een decoratieve wandkaart. Op een kaart die vooral bedoeld is om bezit, macht of handelsverbindingen te suggereren, krijgt een grens soms meer zorg dan een dorp. Niet omdat de maker onbekwaam was, maar omdat de koper voor die grens betaalde.
Waar verzamelaars op letten Wie zo'n kaart koopt, zou dus niet alleen naar de ouderdom kijken. Let op de druktechniek, de staat van het papier, het watermerk, de handgekleurde grenzen en vooral op de herkomst van het blad. Een kaart met een keurige titel en een indrukwekkend jaartal kan een latere editie zijn. De inkt vertelt soms meer dan het onderschrift, al moet men haar natuurlijk eerst onder vergroting bekijken en niet met de romantische overtuiging dat alles wat vergeeld is automatisch zeldzaam is.